22-05-08

DE SPOORSTAKING

DE SPOORWEGSTAKING: HET VERVOLG

Op dinsdag 20 mei legden de vakbonden het Belgisch spoor plat. Dit na aanslepende onderhandelingen over een nieuw sociaal akkoord voor de periode 2008-2009. Het werd een staking zonder voorgaande: tachtig procent van de mensen ging effectief niet aan het werk. Het publiek reageerde gemengd: een deel van de mensen uitte hetzelfde ongenoegen als heel wat opiniemakers en wil dat de vakbonden voor andere acties kiezen. Anderen steunen de staking principieel.

Merkwaardig is dat over de motieven van de staking en de concrete problemen tijdens de onderhandelingen bijzonder weinig geschreven wordt. Zelfs op de websites van de verschillende spoorbonden vind je weinig tot géén informatie. Qua communicatie kan men ook daar nog één en ander leren!

De staking is het gevolg van de starre houding van de NMBS-directie. Die beloofde 720 € opslag voor de volgende twee jaar. Dat komt neer op een kleine 30 € per maand. Dit terwijl de productiviteit bij de spoorweg op 5 jaar tijd met 32 % gestegen is. Daartegenover stellen sommigen dat het debat over koopkracht achterhaald is. We moeten immers met zijn allen inspanningen doen om deze wereld te redden van een klimaatcrisis, o.m. door het openbaar vervoer te promoten, is dan de redenering.

Daar valt bijzonder veel over te zeggen. Laat het ons voorlopig houden bij het idee dat beide aspecten in een maatschappij zullen moeten verzoend worden: men krijgt geen belangrijke ecologische of duurzame beweging in gang zonder te mikken op een grondige herverdeling van de bestaande welvaartstaart op internationaal én nationaal vlak. Een bevolking zou gek zijn als ze bereid zou zijn om in te leveren als niet de grootste bijdrage gevraagd wordt aan diegenen die het meest centen opstrijken. Inspanningen vragen aan het grootste gedeelte van de bevolking is op zo een manier ongeloofwaardig en zinloos. Wie gaat het nu met wééral minder gaan stellen als je ziet dat de winsten van de banken vb. de pan uit swingen?

Bovendien is het koopkrachtverlies voor veel mensen dramatischer dan men denkt. Als bijna één vierde van de Vlamingen, in de rijkste regio ter wereld, op de rand van bestaansonzekerheid zweeft (als iemand ziek zou worden, bij scheiding enz…), dan is het niet zo moeilijk om begrijpen dat de mensen op hun achterste poten gaan staan als er jarenlang maar één devies komt: harder en soepeler werken, minder koopkracht én een klein beetje compensatie.

PESTERIJEN

Daar komt nog bij dat de spoorweg-directie zijn uiterste best gedaan heeft om de mensen in ruil voor die kleine looncompensatie één en ander door de strot te duwen: het afnemen van compensatiedagen, rommelen met uurroosters, prutsen met de eindeloopbaanregeling.

Als daar nog een discussie bovenop komt rond het optrekken van het loon van één van de directeurs met 25.000 € per jaar, dan bedel je toch om een harde staking van een paar weken. Tussen haakjes: volgens La Libre Belgique ving de man in 2006 ongeveer 460.000 € bruto. 18 miljoen Belgische franken, anderhalf Bef per maand?

Op de achtergrond speelt dan ook nog de mogelijke privatisering van (een déél van) het spoor met zijn veiligheidsrisico’s en verminderde cijfers (cfr. Groot-Britannië) mee. Nu al worden soms van machinisten werktijden gevraagd die oplopen tot 9-10-11 uur per dag. Vergeet ook de totaal onlogische opsplitsing in drie entiteiten (NMBS-NMBS Holding-Infrabel) niet, waar iedere gezonde mens het hoofd bij verliest

STAKING

Al bij al zéér logisch én waardevol dat mensen tegen zo een toestand actievoeren toch? Niet iedereen denkt er zo over. De recht(s)erzijde vloekt en eist een minimum-dienstverlening of de volledige privatisering (De Decker, VB), rechtspersoonlijkheid voor de vakbonden enz…

Merkwaardig vinden we het dat er ook bij een aantal progressieven gemor klinkt. De Bond van Trein Tram en Busgebruikers rechtvaardigt de laatste jaren zijn bestaan bijna enkel door bij elke staking op de hoorn te blazen tegen het sociaal verzet. Van de editorialen van De Morgen kunnen we nauwelijks beter verwachten. Vanuit de eigen ivoren toren dicteren mensen die sociale strijd nauwelijks kennen, dat men dan maar moet zoeken naar nieuwe actiemiddelen, die de reiziger niet treffen. Men vergeet daarbij dat de realiteit: Betaalstaking? Al je militanten vragen om het reglement te overtreden? Goederenvervoer blokkeren? Dus een actie enkel winnen met het personeel dat daarop werkt, zonder steun van de onderhoudsmensen, de seinhuizen enz…?

GROEN!

GROEN! koos voor een zéér wijfelende houding. Stefaan Van Hecke: “Samen met de meer dan 500 000 reizigers per dag, wil Groen! dat de overheid duidelijk kiest voor een betere dienstverlening. Een duidelijke en ambitieuze beheersovereenkomst kan het vertrouwen met de vele reizigers herstellen. Acties die de reiziger blokkeren, brengen de doelstelling van de NMBS om tegen 2012 nog eens een kwart meer reizigers te vervoeren in het gevaar.” GROEN! kant zich tegen de minimumdienstverlening én begrijpt de onvrede maar vraagt de bonden toch om zich te heroriënteren.

Rood Op Groen steunt de syndicale actie wél en liet dat samen met een aantal mensen uit GROEN! Z.O.-Vlaanderen uitgebreid weten aan de collega’s van GROEN! Binnenkort organiseren we een discussie rond dit thema én rond de goedkeuring van het verdrag van Lissabon (met twee onthoudingen bij GROEN!) in het parlement. Op basis daarvan willen we de samenwerking evalueren.

Filip De Bodt

17:45 Gepost door Filip De Bodt in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-05-08

1 MEI TER LINKERZIJDE : WAT RUIST ER IN HET STRUIKGEWAS ?

De Vlaamse linkerzijde, die traditioneel nooit bijzonder sterk was, heeft tijdens de parlementsverkiezingen van juni 2007 een opdonder van formaat gekregen. De SP.a haalde zijn slechtste score ooit, GROEN! belandde net met de hakken over de sloot en radikaal-links bleef haperen bij de nul komma scores. Na een paar maanden wonden likken, moet men in elk geval vast stellen dat er één en ander in beweging is. GROEN! houdt een Horizondebat, binnen de SP.a roert de linkervleugel zich, de LSP heeft zowat zijn bedenkingen bij het eerder door hen gesteunde CAP, de PVDA vernieuwt zich. Een eigenzinnige surf door woelige wateren.

Met een economische wereldrecessie en een internationale voedselcrisis voor de deur koos de overgrote meerderheid van de bevolking ervoor om zijn eigen verdediging aan de deur te zetten.

Na de verkiezingen maakte Patrick Janssens voor de SP.a een streng rapport. Hij pleitte voor méér duidelijkheid en klaardere politiek maar liet tegelijkertijd ook weten dat voor hem een ruk naar links, naar het beter verdedigen van de zwaksten in samenleving, niet op het programma hoefde te staan. Volgens Janssens was de SPa immers ter linkerzijde geen stemmen verloren, dus zat het verhaal anders in mekaar. De SPa basis zelf oordeelde daar enigszins anders over door Erik De Bruyn van SP.a Rood  38 % van de stemmen toe te bedelen bij de keuze van een nieuwe voorzitter. De Bruyn en zijn vrienden blijven verder ijveren voor linkse herschikking, maar dan binnen de SP.a. Na de voorzittersverkiezingen gromde De Bruyn wel even dat hij desnoods een nieuwe partij wou opstarten. Vrij snel liet hij evenwel weten dat deze uithaal in de pers verkeerd weergegeven was: “Het project van de Partij Van De Arbeid om naast de SP.a een nieuwe socialistische partij uit de grond te stampen is niet het project van SP.a Rood. Wij blijven ervoor ijveren om de Belgische linkerzijde te verenigen in de SP.a en de PS, ook al wordt dit ons door de leiding van de SP.a niet steeds in dank afgenomen. Ik wil een stoutmoedig voorstel doen. De PVDA zou een duidelijk signaal kunnen geven dat ze breekt met haar anti-SP.a verleden. Door in 2009 eens één keer niet aan de Vlaamse verkiezingen deel te nemen, op voorwaarde dat er uitgesproken linkse kandidaten op verkiesbare plaatsen op de SP.a lijsten worden gezet. Dat zou de door velen gewenste linkse eenheid in de praktijk kunnen omzetten. “[1]

Een strategisch standpunt als een ander. Nogal wat mensen, die zich herinneren dat de inleveringspolitiek in de jaren negentig net door de sociaal-democraten doorgedrukt werd, zullen zich hier evenwel vragen bij stellen. Ze maakten toen de dienst uit in de meeste Europese regeringen. Hoe sterk de invloed van de linkse basisgroep is binnen de partij is momenteel moeilijk te meten. In het parlement wekt de SPa in elk geval de indruk een radikale toon aan te slaan. Denk vb. aan de uitval van Dirk Van Der Maelen naar Didier Reynders. Van Der Maelen noemde Reynders onbekwaam en onbetrouwbaar als minister van Financiën. Anderzijds doet de SPa geen enkel gebaar naar SPa Rood door vb. enkele mensen in het nationaal partijbureau op te nemen.

GROEN! belandde bij de verkiezingen met de hakken over de sloot. De partij haalde 7,7 % en stuurde daarmee een nieuwe delegatie parlementairen naar het halfrond, waaronder een aantal degelijke en progressieve mensen als Wouter De Vriendt, Stefaan Van Hecke e.a. Geen opdoffer, maar toch ook niet dé verzilvering als men er rekening mee houdt dat de partij niet eens de achteruitgang van de SP.a kan compenseren: op Belgisch niveau verliest de SP.a 6,5%, GROEN! wint er 1,51.[2]

GROEN! zette een intern partijdebat op, het Horizondebat, dat tegen de winter een aantal nieuwe krijtlijnen moet vastleggen. De helft van de plaatselijke groepen deed mee aan het kiezen van de prioriteiten: “ Hoe kunnen we een economisch systeem opbouwen dat de draagkracht van de aarde en mensen respecteert? Welke rol is daarin weggelegd voor de vrije markt, economische groei en technologische vernieuwing? Is er een toekomst voor het idee van het basisinkomen? Welke rol kunnen steden spelen in een wereld die steeds globaler wordt? Hoe maken we van onze steden koplopers in democratie? Hoe geven we vorm aan de culturele en religieuze diversiteit in de steden? Hoe zorgen we ervoor dat de samenleving zich beter afstemt op deze nieuwe gezinsvormen? En meer concreter: op welke manier willen we kinderopvang en onderwijs organiseren?”[3]

Het wordt dus afwachten tot eind november om te zien of GROEN! voortaan de belangen van de gewone mensen opneemt en verdedigt. Dat men opkomt tegen armoede is evident. Wie armoede wil uitroeien en het scheef groeien van de welvaartstaart wil stoppen, moet ook durven kiezen voor structurele maatregelen als vermogensbelastingen, betere verloning van de economisch zwakkeren en de middenmoot, … Een structurele verandering betekent een keuze waarin men de vrije markt terugduwt, de verdediging van de openbare diensten opneemt en een halt probeert toe te roepen aan de privatiseringen.

Dit vrije marktsysteem blijkt immers niet in staat om te zorgen voor een rechtvaardige verdeling van het inkomen:“Intussen wordt de kloof tussen rijk en arm steeds groter, ook in ons land. ,,Tien procent van de Belgen bezitten samen vijftig procent van het totale Belgische vermogen'', zegt econoom Jef Vuchelen van de VUB. ,,Met andere woorden: terwijl 450.000 gezinnen de ene helft van het nationaal kapitaal in handen hebben, verdelen de 4 miljoen andere gezinnen de overige helft.'' En tegenover de 160.000 superrijke Belgen, staan 618.000 arme Belgen die moeten rondkomen met een salaris van minder dan 770 euro per maand.”[4]

Hetzelfde kan gezegd worden van de ecologische crisis: door in een vrije markt iedereen zijn gang te laten gaan in de concurrentiestrijd om zichzelf te verrijken, worden er weinig problemen opgelost.

GROEN! verdedigt dikwijls een sterk armoedebeleid maar hapert als het er op aan komt principiële keuzes te maken: in het debat rond de Europese grondwet kwam men niet verder dan een povere onthouding door Wouter De Vriendt en Zoë Genot. Het doet de wenkbrauwen fronsen dat bij de start van het Horizondebat tijdens Groen Licht een forum gegeven wordt aan een vertegenwoordiger van de bouwindustrie!

RADIKAAL LINKS

Terwijl we bij de twee grote progressieve partijen dus nog even moeten wachten om de nieuwe koersrichting in te schatten, beweegt er één en ander ter radikaal-linker zijde. Voor de vorige verkiezingen werd o.m. onder impuls van Jef Sleeckx het CAP opgericht, het Comité Andere Politiek. Bedoeling was een niet dogmatische anti-neoliberale linkerzijde op te zetten. Interne discussie rond de te volgen tactiek bij de parlementsverkiezingen zorgde ervoor dat vb. de trotzkistische SAP (Socialistische Arbeiderspartij) en LEEF! de scène verlieten. De SAP hield zich afzijdig bij de verkiezingen en stak zijn energie hoofdzakelijk in het opzetten van een klimaatbeweging die ecologie wil koppelen aan sociale rechtvaardigheid. LEEF! koos voor een onafhankelijk bondgenootschap met GROEN!, met eigen imago en programma. Beide groepen verweten de CAP onder meer aan het lijntje te lopen van de LSP (Linkse Socialistische Partij). Het CAP-initiatief haalde bij de verkiezingen 0,4 % van de stemmen. Veel volgens weinigen, bitter weinig volgens velen.

Na nieuwe interne strubbelingen blijkt de LSP nu zelf zijn deelname aan het CAP te herevalueren: “We moeten helaas vaststellen dat ieder nieuw initiatief telkens weer leidt tot oeverloze discussies, dat een belangrijke laag binnen CAP zelfs niet langer gewonnen is voor een partij die zich baseert op “arbeiders” en dat de ordewoorden van CAP steeds verder opschuiven naar rechts met als stopwoord het paternalistische “proficiat arbeiders”. We denken dat de rol van CAP als middel om de creatie van een nieuwe arbeiderspartij te bevorderen, uitgespeeld is, getuige haar onvermogen om in de huidige politieke crisis en n.a.v. de beweging rond de koopkracht een rol te spelen. Dit is een jammerlijke vaststelling. Elk concreet voorstel van ons of anderen werd door een kleine minderheid geblokkeerd ten voordele van een inhoudsloos, vaag, amateuristisch project.” De partij beslist op zijn nationaal comité van begin mei hier definitief over. Nu al lijkt vast te staan dat de LSP het CAP-schip zal verlaten. In dat geval krijgen we er bij volgende verkiezingen allicht een nieuwe kieslijst bij die onder het mom van de linkse eenheid naar de gunst van de kiezer zal dingen.[5] CAP zelf maakt op zijn website nauwelijks melding van de bijna-breuk.

De LSP verloor deze zomer ook een interne oppositiegroep, de 26 augustus groep, in het Antwerpse. Die groep lijkt ondertussen aansluiting gevonden te hebben bij de SAP.

Last but not least in het radikaal-linkse landschap is de PVDA. Het vroegere AMADA, van maoïstische huize, heeft er net zijn achtste congres opzitten en kondigde een grondige vernieuwing aan. De PVDA blijft een communistische partij pur sang en beroept zich op Marx, Engels en Lenin, maar heeft het opkijken naar de vroegere boegbeelden als Stalin en Mao naar de geschiedenis verwezen:”De PVDA is geen klassieke of traditionele partij. Wij schrijven ons in, in een partijconcept van het nieuwe type.”[6]

De partij wil zich bevrijden van dogma’s en partijjargon. Ze heeft alvast in het boek over het partijcongres voor een frissere opmaak en stijl gekozen. De partij wil zich concentreren op actie binnen de belangrijkste industriële sectoren en binnen de wijken waar ze werkt. Ze wil zich hoeden voor al te grote propagandatrucks en de feiten voor zich laten spreken. Op zijn congres koos de partij ook voor “participatieve democratie” al is dit dan wel in tegenstelling met een vrij hiërarchische partijstructuur waarbij gewone leden een louter adviserende rol toebedeeld wordt en men moet deel uitmaken van een door een hoger echelon goedgekeurde kern, alvorens volwaardig lid te kunnen zijn.

Bij de voortdurend strikter wordende LSP blijft het jargon hoogtij vieren en hoeft de PVDA in elk geval op weinig begrip te rekenen: “Het ziet ernaar uit dat de PvdA - die zich publiek heeft bekeerd tot het ”reformisme”, steeds meer wegblijft uit strijdbewegingen en uitdrukkelijk stelt niet open te staan voor georganiseerde groepen - mogelijk in staat zal zijn tijdelijk een deel van de electorale ruimte links van de sociaal democratie en de groenen, te bezetten. Sleeckx, Debunne en CAP hebben dat aan zichzelf te danken. De weigering echter, om een echt breed democratisch debat toe te staan, ook met georganiseerde krachten, en de basis van haar succes, het reformisme, zullen de PvdA na verloop van tijd zuur opbreken, zodra de verleiding tot coalities en politieke postjes het haalt op de ideologische principes.”[7]

Met zijn 3500 leden en 15 gemeenteraadsleden is de partij in elk geval numeriek aan zet binnen de communistische linkerzijde én daardoor het best geplaatst om “intercommunistische” samenwerking op te zetten met anderen. In elk geval zijn er sinds een aantal maanden toenaderingsgesprekken bezig tussen wat er overblijft van de KP (Kommunistische Partij) en de PVDA. Volgens insiders lijken die gesprekken positief te verlopen.

Aan de communistische linkerzijde van het politieke spectrum lijken de kaarten dan ook geschud. Tegen de verkiezingen van 2009 is alleen de PVDA misschien in staat om zich politiek wat te consolideren of te verstevigen. Met een LSP en CAP in verspreide en/of verzuurde opstelling lijken beiden bij voorbaat af te stevenen op verdere electorale afkalving. Men kan natuurlijk ook hopen op een plotse bewustwording van brede lagen van de bevolking die plots gaan kiezen voor bewegingen waar ze de laatste twintig jaar niet voor gekozen hebben. In dit geval is zelfs een gebrek aan fondsen allicht een slecht contra-argument, vermits de kiezer allicht spontaan het steven zal wenden, zodat elke reclame overbodig wordt.

Voorts kan men natuurlijk altijd meedoen aan verkiezingen om zichzelf wat bekend te maken en te propageren dat het eigenlijk niet de bedoeling is om mandaten in de wacht te slepen. In dit geval kijkt men evenwel beter naar de sport van aan de zijlijn in plaats van er aan deel te nemen.

Vlaanderen heeft nood aan een sterke anti-neoliberale stem in het volgend jaar te verkiezen Vlaamse Parlement. Nood aan verkozenen die informatie naar buiten brengen om de basisgroepen te wapenen en die een krachtig NEE durven te stellen tegen de verder sluipende verrechtsing, liberalisering en ecologische afbraak.

Door overhaasting en gebrek aan realiteitszin heeft de CAP allicht een kans gemist om zich uit te bouwen tot een platform waarin mensen van verschillend allooi pogen om te werken aan een brede beweging die allen verenigt die komaf willen maken met de ruk naar rechts.

Persoonlijk blijf ik er van overtuigd dat zo een beweging nodig is. Een breuk met het bestaande systeem maak je anno 2008 niet vanuit een één gemaakte communistische ideologie. De basis, ook de theoretische basis, van zo een initiatief moet m.i. breder zijn. Naast de ervaringen van het communisme zijn er andere: anarchisme, trotzkisme, ecologische denkers, filosofen van de Verlichting, links in Zuid-Amerika, ervaringen aan de basis.

Bovendien is er ook de ervaring van de mislukking van het socialisme. In Oost-Europa heeft men er een puinhoop van gemaakt. Als de PVDA in zijn boek stelt dat de mensen het er nu slechter hebben dan voorheen, dan heeft de partij gelijk. Het zou evenwel passend zijn om in zo een boek ook te vermelden dat het totaal gebrek aan participatieve democratie en corruptie het systeem mee de das om gedaan heeft. Om in het achterhoofd te houden dat deze kritiek niet alleen op het Oostblok betrekking heeft maar ook op het Nicaragua van Daniël Ortega in de jaren negentig, op het Cuba van Fidel Castro enz. Ook hieruit moet links leren, al is het dan maar door in staat te zijn om gezonde kritiek te geven op regimes waar men om één of andere reden solidair mee is.

Laat ons afstappen van het idee dat één van de theoretische stromingen de waarheid in pacht heeft, maar vertrekken van het uitgangspunt dat we de inbreng van allen nodig hebben om een complexe maatschappij en economie te analyseren én er alternatieven tegenover te zetten. De inbreng van allen, dat is dan ook méér dan enkel de inbreng van de werkende klasse. Dat is ook de inbreng van de buurtbewoner in zijn wijk vb.

Dat betekent ook dat we niet meteen nieuwe theoretische stromingen uit de grond hoeven te stampen. Als ik mensen uit groene middens zie koketteren met een term als ecologisme, dan krijg ik het ook. Wat is dat dan? Een nieuwe filosofische stroming? Politiek activisme, ja, maar is het niet wat vroeg om zichzelf op te werpen als een nieuwe filosofische stroming. Is dat niet wat aanmatigend?

Laat ons afstappen van het hokjesdenken en vertrekken van de reële dagdagelijkse realiteit en ook vb. statement van Henri Poincaré voor de ogen houden: “Het denken mag zich nooit onderwerpen, noch aan een dogma, noch aan een partij, noch aan een hartstocht, noch aan een belang, noch aan een vooroordeel, noch aan om het even wat, maar uitsluitend aan de feiten zelf, want zich onderwerpen betekent het einde van alle denken.”

Misschien krijgen we dan een linkerzijde die inhoudelijk én numeriek sterk genoeg staat om te proberen om ook in de verkozen instellingen iets te betekenen.

In het kader van de verder op rukkende verrechtsing in Europa (vb. Italië) dringt de noodzaak van bondgenootschappen die verder gaan dan de verzameling van radikaal-links zich op: de discussie rond de verkiezingen in 2009 dient geopend te worden op een inhoudelijke manier én zonder SPa of GROEN! uit te sluiten. Iedereen die de openbare diensten en dienstverlening, participatieve democratie, het verzet tegen big brother en Fort Europa, een sociaal rechtvaardige klimaatstrijd enz… wil ondersteunen zonder dit te beschouwen als een opstap om zo snel mogelijk in de volgende regering te geraken, moet welkom zijn in de discussie.

Filip De Bodt



[1] Weblog Erik De Bruyn: http://www.bloggen.be/derodevoorzitter/

[2] http://verkiezingen2007.belgium.be

[3] www.groen.be

[4] www.nieuwsblad.be  27/10/05

[5] www.lsp-mas.be 21/03/08

[6] “Beginselvaste partij, soepele partij” pvda-uitgaven. EPO, maart 2008

[7] www.lsp-mas.be 21/03/08

19:13 Gepost door Filip De Bodt in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |